Hoofdstuk 3:
Extra ondersteuning: als de basis niet genoeg is
Hoofdstuk 3:
Extra ondersteuning: als de basis niet genoeg is
Extra ondersteuning komt in beeld als basisondersteuning onvoldoende is. Het ondersteuningsplan wil deze ondersteuning minder versnipperd en meer versterkend voor de school organiseren.
Wat verstaan we onder basisondersteuning?
Basisondersteuning is de ondersteuning die alle scholen binnen het samenwerkingsverband zelf minimaal moeten bieden. Het gaat om preventieve en licht curatieve ondersteuning die scholen in en rond de groep organiseren.
Basisondersteuning vindt plaats binnen de eigen onderwijs-ondersteuningsstructuur van de school. De school voert de regie en blijft verantwoordelijk. Waar nodig kan expertise van andere scholen of ketenpartners worden benut. Daarmee vormt basisondersteuning de gedeelde basis.
De vier ijkpunten van basisondersteuning
Een school heeft de basisondersteuning op orde als:
- de basiskwaliteit volgens de onderwijsinspectie voldoende is;
- de school werkt volgens de uitgangspunten van handelingsgericht werken;
- ondersteuning op school en door school is georganiseerd;
- de school preventieve en licht curatieve interventies kan aanbieden.
Wat valt onder preventieve en licht curatieve ondersteuning?
Basisondersteuning gaat over brede ondersteuning in de school. Denk aan gedifferentieerde instructie, preventieve signalering, ondersteuning bij lezen, taal, rekenen, dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafdheid, gedrag, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling en motoriek.
Het gaat niet om specialistische ondersteuning voor alles en iedereen. Het gaat om de ondersteuning waarvan binnen het samenwerkingsverband is afgesproken dat scholen die zelf kunnen bieden. Daarmee geeft basisondersteuning duidelijkheid. Voor professionals, voor ouders en voor leerlingen. Wat mag je van elke school verwachten? Wat hoort bij de basis? En wanneer is er meer nodig?
Wanneer is extra ondersteuning nodig?
Extra ondersteuning is nodig wanneer een leerling, leerkracht of team meer nodig heeft dan de school binnen de basisondersteuning kan bieden.Dat kan gaan om een leerling die vastloopt in leren, gedrag, sociaal-emotionele ontwikkeling of welbevinden. Maar het kan ook gaan om een leerkracht die ondersteuning nodig heeft om verder te kunnen, of om een team dat expertise nodig heeft rond een bepaalde onderwijsbehoefte. De vraag is dus niet alleen: wat heeft deze leerling nodig? De vraag is ook: wat heeft de leerkracht nodig, wat vraagt dit van de groep en welke ondersteuning helpt de school vooruit?
Basisvragen bij zorg rond een leerling
Bij zorgen rond een leerling kan de school een korte screening gebruiken. Denk aan vragen als:
- Is de leerling in deze setting gelukkig?
- Is er sprake van groei en ontwikkeling?
- Is het voor de leerkracht te doen?
- Wordt het leerproces of de rust in de groep niet ernstig verstoord?
- Zijn ouders tevreden?
- Is er sprake van een acceptabele gezinssituatie?
- Is het kind gezond?
Als één of meer antwoorden zorgen oproepen, is bespreking in het intern zorgteam of het SOT gewenst.
Extra ondersteuning en budget per leerling
Scholen krijgen vanuit het SWV middelen om direct te kunnen handelen wanneer meer ondersteuning nodig is dan de basisondersteuning biedt. Dat geeft ruimte om ondersteuning sneller en dichter bij de praktijk te organiseren. Die inzet moet passen bij de koers van het OSP. Extra ondersteuning is niet alleen bedoeld als tijdelijke oplossing, maar waar mogelijk ook als versterking van de school.
Arrangementen
Arrangementen blijven mogelijk voor scholen die dat echt nodig hebben. Tegelijkertijd verandert de inzet. Er worden geen arrangementen meer toegekend voor ondersteuning die onder de basisondersteuning valt. Die ondersteuning organiseert de school zelf.
Daarmee wordt basisondersteuning duidelijker afgebakend. Wat in de basis hoort, wordt door de school georganiseerd. Wat daarbovenuit gaat, kan extra ondersteuning vragen.
Van individuele arrangementen naar collectieve inzet
Het SWV wil arrangementen zoveel mogelijk collectief inzetten. Dat betekent dat meerdere leerlingen met eenzelfde onderwijsbehoefte kunnen profiteren van dezelfde inzet. Zo wordt ondersteuning minder afhankelijk van losse aanvragen per leerling. De kennis en expertise die wordt ingezet, komt bovendien breder ten goede aan de school.
Van individueel naar collectief
De beweging is:
Van Naar
Arrangement voor één leerling > Ondersteuning waar meer leerlingen van profiteren
Tijdelijke inzet > Duurzame versterking van de school
Hulp van buitenaf > Expertise die terugkomt in het team
Veel losse aanvragen > Meer ondersteuning dicht bij de praktijk
Van individueel naar collectief
De beweging is:
Van >>> Naar
- Arrangement voor één leerling >>> Ondersteuning waar meer leerlingen van profiteren
- Tijdelijke inzet >>> Duurzame versterking van de school
- Hulp van buitenaf >>> Expertise die terugkomt in het team
- Veel losse aanvragen >>> Meer ondersteuning dicht bij de praktijk
Schoolondersteuningsteam (SOT)
Het schoolondersteuningsteam bespreekt leerlingen die extra onderwijsondersteuning nodig hebben. Het kan ook gaan om leerlingen bij wie onderwijs en zorg samenkomen.
In het SOT werken school, ouders en betrokken professionals samen. Denk aan de IB’er/KC’er, directeur of adjunct-directeur, leerkracht, ouders, jeugdprofessional, schoolarts en gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband.
Het SOT kijkt welke ondersteuningsbehoeften de leerling heeft en hoe de school daaraan tegemoet kan komen. Eventueel met extra ondersteuning of een arrangement.
Eén kind, één gezin, één plan
Bij complexe ondersteuningsvragen is samenhang belangrijk. Het uitgangspunt ‘één kind, één gezin, één plan’ helpt om ondersteuning rond kind en gezin beter af te stemmen.
Voor scholen betekent dit dat onderwijs, zorg en ouders niet naast elkaar werken, maar samen optrekken. Dat voorkomt versnippering en maakt duidelijk wie wat doet.
OPP
Als een leerling extra ondersteuning nodig heeft, kan een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) nodig zijn. In het OPP wordt vastgelegd wat de onderwijsbehoefte is, welke doelen worden nagestreefd en welke ondersteuning wordt ingezet.
Het OPP is geen papieren eindpunt. Het helpt om planmatig te werken, afspraken vast te leggen en samen te evalueren of de ondersteuning werkt.
Ouder- en jeugdsteunpunt
Het samenwerkingsverband heeft een ouder- en jeugdsteunpunt. Daar vinden ouders informatie over passend onderwijs, extra ondersteuning en de rol van het samenwerkingsverband.
Voor scholen is het belangrijk dat ouders weten waar zij informatie kunnen vinden. De schoolgids speelt hierin ook een rol: daarin staat welke extra hulp de school zelf kan bieden en welke rol het SWV kan vervullen.

