Hoofdstuk 8:
De leerkracht: ondersteuning in de dagelijkse praktijk
Hoofdstuk 8:
De leerkracht: ondersteuning in de dagelijkse praktijk
De leerkracht staat centraal in de begeleiding van leerlingen en de samenwerking met ouders. Samenwerkingsverband en school versterken de leerkracht, zodat hij of zij leerlingen goed kan begeleiden en tijdig kan opschalen waar nodig.
De eigen groep als startpunt
Ondersteuning begint in de eigen groep. Daar ziet de leerkracht hoe een leerling leert, reageert, samenwerkt en zich ontwikkelt. De groep is daarbij belangrijk. Een leerling leert niet los van klasgenoten, maar in wisselwerking met anderen. Daarom kijkt de leerkracht naar het kind én naar de groep.
Relatie met de leerling
Een goede relatie tussen leerkracht en leerling is een belangrijke basis voor leren en ontwikkeling. Juist bij leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is vertrouwen van grote waarde. Een leerling die zich gezien voelt, kan vaak beter tot leren komen.
Pedagogische tact
Leerkrachten werken dagelijks aan veiligheid, vertrouwen, ontwikkeling en zelfvertrouwen.
Dat vraagt pedagogische tact: aanvoelen wat een leerling nodig heeft, grenzen bieden, ruimte geven en steeds zoeken naar wat helpt in deze situatie, bij deze leerling, in deze groep.
Leren in wisselwerking
Leerlingen leren met en van elkaar. De leerkracht begeleidt dat proces en kijkt naar wat de groep nodig heeft om samen te kunnen leren. Dat past bij de bredere beweging in het OSP: niet alleen kijken naar individuele ondersteuning, maar ook naar de context waarin leren plaatsvindt.
Werken met doelen
De leerkracht werkt doelgericht aan de ontwikkeling van leerlingen. Dat gebeurt op groepsniveau en, waar nodig, individueel. Doelen worden besproken, gevolgd en bijgesteld. Daarbij kan de leerkracht samenwerken met de IB’er/KC’er, ouders en andere betrokken professionals.
Leerlinggesprek
Leerlingen kunnen zelf vaak goed aangeven wat helpt, wat lastig is en waar zij behoefte aan hebben. Door leerlingen te betrekken bij analyse, doelen en oplossingen ontstaat meer eigenaarschap en betere afstemming.
Samenwerken met ouders
Ouders zijn belangrijke overlegpartners. Zij kennen hun kind in een andere context en kunnen helpen om gedrag, ontwikkeling en ondersteuningsbehoeften beter te begrijpen. Samenwerking met ouders begint bij goed contact en open communicatie. Zeker bij zorgen of extra ondersteuning is het belangrijk dat school en ouders samen optrekken.
Samenwerken met de IB’er/KC’er
Bij vragen over ondersteuning, groepsplannen of individuele leerlingen werkt de leerkracht samen met de IB’er/KC’er. Die samenwerking helpt om signalen te duiden, keuzes te maken en ondersteuning planmatig vorm te geven.
Ondersteuning on the job
Als extra expertise nodig is, kan ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband of andere professionals worden ingezet. Die ondersteuning is niet bedoeld om het werk van de leerkracht over te nemen. Het doel is om de leerkracht en het team te versterken, zodat kennis beter in de school blijft.
Warme overdracht PO-VO
Voor leerkrachten in de bovenbouw speelt de overgang naar het voortgezet onderwijs een belangrijke rol. Goede overdrachtsinformatie helpt om de ontwikkeling en ondersteuning van een leerling door te laten lopen. Zeker bij leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften vraagt dit zorgvuldige afstemming met ouders en het voortgezet onderwijs.
Je staat centraal, maar niet alleen
Als leerkracht werk je samen met:
- de leerling;
- de groep;
- ouders;
- collega’s;
- IB’er/KC’er;
- directeur;
- specialisten in en rond de school;
- professionals vanuit het samenwerkingsverband.
Wat kun je hiermee als leerkracht?
Gebruik dit ondersteuningsplan als steun in je dagelijkse handelen. Stel jezelf bijvoorbeeld deze vragen:
- Wat zie ik bij deze leerling in de groep?
- Wanneer gaat het beter en wanneer loopt het vast?
- Wat heb ik al geprobeerd?
- Wat heeft effect gehad?
- Wat zegt de leerling zelf?
- Wat herkennen ouders?
- Wat heb ik nodig om verder te kunnen?
- Wanneer bespreek ik dit met de IB’er/KC’er?
Sterke ondersteuning begint dichtbij. In de klas, bij de leerkracht, maar altijd met steun van het team en het netwerk rond de school.

